FLYING DUTCHMAN 1928

Dutch Coaster databank incl Images (In Progress)
Jaap de Roode
Berichten: 4847
Lid geworden op: vr 09 jan 2009, 12:13
Locatie: Amsterdam

FLYING DUTCHMAN 1928

Bericht door Jaap de Roode » vr 03 jun 2016, 07:00

FLYING DUTCHMAN 1928

Afbeelding
Collectie Frits Joling

Roepletters NRQG
Werf = N.V. Noord-Nederlandsche Scheepswerven in Groningen (58)
BRT = 200 DWT = 250
L.o.a. x Br. x Diepte = 34,78 x 6,86 x 2,65
Motor = 4T 4 cil. Deutz (280x450) 240 rpk – 8 knopen.

Op 17 december 1927 te water als FLYING DUTCHMAN voor N.V. Motorzeevaart Maatschappij "Mozem" in Rotterdam. Op 14 februari 1928 opgeleverd.
Op 23 augustus 1931 onderweg van Limfjord naar Colchester tijdens zwaar weer op de Noordzee vergaan. Het Britse schip HERON verleende assistentie en nam de bemanning aan boord, getracht werd het schip naar Den Helder te slepen, maar na het breken van de sleeptrossen zonk het schip.
Pos: 52°54'NB en 04°10'OL
Bemanning werd gered.

Uit het Algemeen Handelsblad van maandag 19 december 1927
Afbeelding

Uit het blad Voorwaarts van 13 februari 1928
Afbeelding

Afbeelding
Collectie Leo Johannes

Afbeelding
Collectie Leo Johannes

Uit het Algemeen Handelsblad van 7 juni 1928
Afbeelding

Uit het blad Voorwaarts van 8 mei 1929
Afbeelding

Uit het Algemeen Handelsblad van 9 juli 1929
RAAD VOOR DE SCHEEPVAART.
Kapitein en stuurman van de „Flying Dutchman” geschorst.


Uitspraak doende in zake het stooten van het motorschip „Flying Dutchman" op de Haaksgronden gaf de Raad voor de Scheepvaart als haar oordeel te kennen, dat deze scheepsramp aan onbekwame en zorgelooze navigatie is toe te schrijven. De schipper vond het niet eens nodig om den te volgen koers van het Maasvuurschip af op te geven. De nog jeugdige stuurman bepaalde zonder rekening te houden met de deviatie, dien koers zelfstandig. Van controle door den kapitein was geen sprake. Uit het jouraal blijkt voorts duidelijk dat de herleidingen van de gestuurde koersen tot den magnetischen koers foutief waren, hetgeen op den gestuurden koers een verschil gaf van wel 5/8 streek. Met verwondering vernam de Raad dat deze beide personen in het bezit waren van een diploma voor kleine vaart (zeil en stoomvaart) respectievelijk door kapitein en stuurman te Groningen in 1922 en 1928 behaald. Ook betreffende hetgeen na het stooten is geschied heeft de kapitein getoond zich van zijn verantwoordelijkheid als gezagvoerder niet bewust te zijn. Mitsdien straft de Raad den gezagvoerder van de „Flying Dutchman" en den stuurman door hun de bevoegdheid te ontnemen resp. als schipper en als stuurman te varen op een schip als bedoeld bij art. 2 der Schepenwet en wel resp. voor den tijd van een maand en veertien dagen.

Uit het blad Voorwaarts van 24 augustus 1931
Rotterdamsch motorschip gezonken. De bemanning gered.


LONDEN, 23 Aug. — Volgens een bij Lloyds binnengekomen telegram werd het Hollandsche motorschip „Flying Dutchman" door het Engelsche s.s. „Heron" gezien toen het in nood verkeerde. Gedurende ongeveer vijf uren nam het Engelsche schip het Hollandsche op sleeptouw, maar toen zonk de „Flying Dutchman" op 52.54 NB. en 4.10 OL in 14 vadem water.
De bemanning werd gered en te Brunsbuttelkoog aan wal gebracht. De „Flying Dutchman" was 200 ton bruto en 115 ton netto groot en werd in 1928 gebouwd. Het motorschip, dat op reis was van Lingf jord naar Colchester (Engeland) behoort toe aan de Motorzeevaart Mij. „Mozem" te Rotterdam.

Uit het Nieuwsblad van het Noorden van 24 augustus 1931
DE OPVARENDEN VAN DE „FLYING DUTCHMAN”
Door het Engelsche s.s. „Heron” veilig aan wal gebracht.


Te Brunsbüttelkoog aan de Elbemond is binnengekomen het Engelsche s.s. „Heron", dat op weg was naar Danzig, met aan boord de opvarenden van het Nederlandsche motorschip „Flying Dutchman", dat op weg naar Colchester was. Het was in den storm geraakt en had zeer veel water over boord gekregen. De lading, bestaande uit veevoer, had zooveel water opgenomen, dat het voorschip geheel onder water dreigde te gaan. Toen de „Heron" het motorschip ontmoette, stak het achterschip reeds zoover boven het water uit, dat de schroef boven het water kwam. Het Engelsche schip heeft toen de geheele bemanning, bestaande uit vijf man en een vrouw met een driejarig kind, aan boord genomen.
Het motorschip werd op sleeptouw genomen, in de hoop het aan een der riviermonden aan den grond te kunnen zetten. Na vijf uur sleepen zonk het schip echter. De „Heron" zette de reis voort en kwam met de geredde opvarenden gisteravond te Brunsbuttelkoog aan.

Uit het Algemeen Handelsblad van 29 september 1931
RAAD VOOR DE SCHEEPVAART.
Zinken van het m.s. „Flying Dutchman”.


De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld inzake het m.s. „Flying Dutchman", dat op 22 Aug. 1931 op de Noordzee op reis van Denemarken naar Colchester vol water is geloopen en gezonken is. Als getuige werd gehoord de gezagvoerder. De „Flying Dutchman" was een motorschip van de N. V. Zeevaart-Mij. James & Co. te Rotterdam. Het mat 199 b. r. t., was in 1928 te Groningen gebouwd en toegerust met een 4-cylinder 200 p.k. Dieselmotor, die later op last van de verzekering op 180 p.k. was verzet, hetgeen vóór den tijd van dezen kapitein gebeurd is. Vóór het ongeval had de kapitein nooit last van lekkage gehad. Het schip bevatte één ruim, waarin 240 ton klei was geladen. Aan den voorkant was het ruim geheel vol, daarachter was een lagere verdieping in het ruim. De klei was niet toegedekt; gevaar voor werken was er volgens den kapitein toen niet, daar de klei bestond uit droge, onbeweeglijke brokken.
Vier-en-twintig uur lang ging alles goed; toen werd het slecht weer. De zeilen werden gereefd, de motor werd gestopt, daar deze niet meer te gebruiken was, doordat het schip water innam en de schroef ten gevolge van den storm telkens boven het water uitkwam. Om één uur werd de motor weer aangezet, om overstag te gaan en de reis te vervolgen, toen eensklaps de voordeuren van het volkslogies werden "ingeslagen door een vloedgolf, die over boord sloeg. De pompen werden door den machinist aangezet. De pomp bracht maar een beetje water. Het schip zakte steeds dieper. De kapitein zag nu, dat ook de presennings stuk waren gegaan door het binnenstroomende water. Ten slotte kon men niet meer draaien, want de schroef kwam boven water. Den hoofdmotor had men noodig om te pompen; de hulpmotor was defect. Daar ook het roer boven water stak, was er geen stuur meer in het schip. Men was aan boord met vijf man, een vrouw en een kind van vijftien maanden. Een Engelsch stoomschip kwam in zicht, dat de opvarenden overnam. Men had den „Dutchman" nog kunnen strijken, er was een dikke deining, het schip zonk wel, maar niet vlug. Get. stelde den kapitein voor, het schip te sleepen. Met den stuurman, een matroos en een machinist is get. teruggegaan en heeft twee trossen aan de achterzijde van het schip vastgemaakt, zoodat dit achterstevoren werd gesleept. Na een uur of vijf zat het voorschip geheel onder water, het schip kreeg steeds meer slagzij; een tros brak, doch werd weer vastgemaakt. Tot acht uur bleven de vier mannen nog op de „Flying Dutchman"; toen werd het te gevaarlijk, zij verlieten het schip weer en dienzelfden nacht braken de trossen en is de „Flying Dutchman" gezonken. Zoodra hij aan land was, heeft get. de reederij gewaarschuwd.
Op een vraag van het raadslid de heer Bakker verklaarde get. nog dat de flesch van de pomp aan den achterkant van het ruim lag. De heer Bakker: „Juist, dus toen het schip van voren diep lag, kon u het water uit de voorpiek niet pompen." Spr. critiseert tevens de manoeuvre, door get. met het schip gemaakt na den vloedgolf. Volgens spr. was het onjuist dat get. over s.b. is gaan liggen, hij had over b.b. moeten gaan. De schipper heeft diploma zeil en stoom kleine vaart. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart, de heer F o c k, merkt op, dat de „Flying Dutchman" van den beginne af moeilijkheden heeft ondervonden door zijn lichten bouw in verhouding tot den zwaren motor. Op de bewuste reis was het schip eigenlijk voor mooi weer geladen. In een bewogen zee zou het zich niet gemakkelijk gedragen, zooals de kapitein ook heeft ondervonden. Hij is het gaan bijleggen, doch toen hij het schip wilde forceeren door den wind heen, is het vermelde ongeval gebeurd. Volgens spr. had de kapitein beter voor den wind om kunnen gaan. Waarom hij om s.b. is gegaan, is niet duidelijk. In het algemeen is, nadat het ongeluk gebeurd was, weinig meer gedaan om het schip te redden. Klaarblijkelijk is de huid van het schip ontzet, zoodat het water gaandeweg binnendrong. Uitspraak later.

Plaats reactie