TRUIDA 1928

Dutch Coaster databank incl Images (In Progress)
Jaap de Roode
Berichten: 4847
Lid geworden op: vr 09 jan 2009, 12:13
Locatie: Amsterdam

TRUIDA 1928

Bericht door Jaap de Roode » zo 19 jun 2016, 07:00

TRUIDA 1928

Afbeelding

Roepletters PVDJ
Werf = Jac. Smit in Vierverlaten
BRT = 176 DWT = 225
L.o.a. x Br. x Diepte = 34,55 x 6,26 x 2,34
Motor = 4T 3 cil. App.Brons (275x340) 90 rpk – 6,5 knopen

Op 24 oktober 1928 te water als TRUIDA voor E. Heidema in Wildervank. Op 12 april 1929 opgeleverd. De vertraging voor de proefvaart en de oplevering werd veroorzaakt door de zeer strenge winter. In de LR's wordt het bouwjaar 1928 aangehouden en in Moorman 1929.
In 1934 nieuwe roepletters PIBK.
Op 9 januari 1940 (kapitein H. Pinkster) onderweg van Koog aan de Zaan naar Londen in de Theemsmonding op 51°27'NB en 01°50'WL in een mijnenveld terecht gekomen en op een mijn gelopen. De bemanning verliet met de reddingsboot het schip dat 5 minuten daarna zonk. De vier bemanningsleden werden tien minuten later gered door de Nederlandse kustvaarder FRISO (1939-BRT=250).
De mijnen waren twee dagen daarvoor gelegd door de drie Duitse torpedobootjagers, FRIEDRICH ECKOLDT, ERICH STEINBRINCK en de FRIEDRICH IHN.

Uit het Nieuwsblad van het Noorden van 26 oktober 1928
Afbeelding

Dit was de Winter 1928 / 1929

Uit de Maasbode van 13 april 1929
Afbeelding

Uit het Algemeen Handelsblad van 23 juli 1939
Afbeelding

Uit het Leeuwarder Nieuwsblad van 9 januari 1940
GRONINGSCH KUSTVAARTUIG „TRUIDA” OP EEN MIJN GELOOPEN EN GEZONKEN.
De uit vier koppen bestaande bemanning gered.

Vanochtend is op de Noordzee bij de Noord-Hinder het Nederlandsche motorschip „Truida," thuisbehoorende te Wildervank, op een mijn geloopen en gezonken. De geheele bemanning, welke uit vier personen bestond, is gered en aan boord genomen van het s.s. „Tiberius" van de K.N.S.M., dat zich toevallig in de buurt bevond. De „Truida," een kustvaartuig van 176 bruto ton, was met een lading stijfsel op weg van Koog aan de Zaan naar Londen. Het schip was Maandagochtend om acht uur van IJmuiden vertrokken. Kapitein was de heer H. Pinkster, uit Groningen. Het schip behoort toe aan den heer E. Heidema, uit Alkmaar. De „Truida" was in 1928 op de werf van Jan Smit te Vierverlaten gebouwd. De „Tiberius" bevindt zich op weg naar Amsterdam en wordt vanmiddag of vanavond te IJmuiden verwacht.

Uit het Friesch Dagblad van 10 januari 1940
Groningsch kustvaartuig „Truida" op een mijn geloopen en gezonken.

De uit vier koppen bestaande bemanning gered. Gisterochtend is op de Noordzee bij de Noord-Hinder het Nederlandsche motorschip „Truida", thuisbehoorende te Wildervank, op een mijn geloopen en gezonken. De geheele bemanning, welke uit vier personen bestond, is gered en aan boord genomen van het s.s. „Tiberuius" van de K.N.S.M., dat zich toevallig in de buurt bevond. De „Truida", een kustvaartuig van 176 bruto ton, was met een lading stijfsel op weg van Koog aan de Zaan naar Londen. Het schip was Maandagochtend om acht uur van IJmuiden vertrokken. Kapitein was de heer H. Pinkster uit Groningen. Het schip behoort toe aan den heer E. Heidema uit Alkmaar. De „Truida" was in 1928 op de werf van Jan Smit te Vierverlaten gebouwd. De „Tiberius" bevindt zich op weg naar Amsterdam.
De bemanning van het vergane s.s. .Truida" aangekomen.
Een zeer voorspoedige reis.

De redding van de vier leden van de bemanning van het motorschip „Truida", dat gisterochtend op de Noordzee op een mijn is geloopen, is wel zeer voorspoedig verloopen, terwijl de bemanning daarenboven door gelukkige omstandigheden sneller in het land terug was dan gewoonlijk het geval is. Om ruim half twee hedennacht meerde het s.s. „Tiberius" van de K.N.S.M. aan de Surinamekade aan zoodra het trapje verbinding met den wal had gegeven, klommen de vier jongemannen, die hun schip met alles wat zij aan boord hadden, door een mijnontploffing hadden verloren, op de Amsterdamsche kade. Het was venijnig koud, een ijslaag bedekte de kade en onopgemerkt, zoo snel mogelijk, vertrokken de schipbreukelingen in de richting van de stad, waar zij bij vrienden of kennissen een onderdak zouden vinden en een zacht bed na een vermoeienden dag. Toch hadden zij gelegenheid hun ervaringen te vertellen. Het was slechts een sober verhaal, gedaan met korte woorden volgens den aard van de Groningers. Kapitein Pinkster vertelde, dat hij Maandagochtend uit Koog' aan de Zaan was vertrokken met een lading stijfsel voor Londen. Aanvankelijk verliep de reis uitstekend, het weer was goed en de lucht helder. De kapitein beschikte over kaarten van de zones, welke door mijnenvelden versperd zijn. Toch zag de bemanning in den loop van Maandag verscheidene drijvende mijnen, welke evenwel voor de „Truida" geen gevaar opleverden. Gisterochtend, ongeveer half acht bevond het schip zich op 51 graden 27 minuten Noorderbreedte en één graad, 50 minuten Oosterlengte, hetgeen wil zeggen: ongeveer 30 mijl voorbij de Noordhinder. De motorschoener „Friso", toebehoorend aan den heer Kugkist te IJmuiden, passeerde op dat oogenblik de „Truida", welke niet zoo snel liep. Een kwartier later deed zich plotseling een geweldige ontploffing voor bij de boeg aan stuurboordzijde. Het scheepje van 176 ton werd als het ware uit het water gelicht en maakte oogenblikkelijk zwaar slagzij, waarna het begon te zinken. Drie leden van de bemanning bevonden zich aan dek, de kok, die beneden was, kon slechts met groote moeite het dek bereiken. De anderen hadden inmiddels de reddingboot, welke aan bakboord lag, gereed gemaakt. Het schip helde dermate sterk over, dat de reddingboot over stuurboord in het water terecht kwam. Het was juist op tijd, want de „Truida" zonk binnen 5 minuten. Van de „Friso" af had men het ongeluk zien gebeuren. De motorschoener draaide voorzichtig bij en tien minuten nadat de bemanning van de „Truida" in de reddingboot was gegaan, kon zij veilig aan boord van de „Friso" worden genomen. Later op den dag passeerde de „Tiberius" van de K.N.S.M. op de thuisreis. Opnieuw gingen de schipbreukelingen in een reddingboot, doch nu om op dezen stoomer te komen, welke hen in den afgeloopen nacht in Amsterdam aan wal bracht. Wij zeiden al: Het is een sober verhaal, dat de kapitein ons deed. Sober maar niet minder tragisch voor deze menschen, die thans alles hebben verloren. Wij vroegen den heer Pinkster nog of hij de mijn heeft gezien en of de plaats van het ongeluk op de kaart als gevaarlijk stond aangegeven. Geen van beide was het geval. Volkomen onverwacht onderging de „Truida" het lot van zoovele schepen, welke ook thans nog in deze uiterst moeilijke omstandigheden de zeeën blijven bevaren Het is niet de eerste reis van den kapitein onder oorlogsomstandigheden, welke zoo ongelukkig eindigde, want de heer Pinkster is sedert September blijven doorvaren. Zestien jaar lang beoefent hij reeds de kleine handelsvaart met kustvaartuigen. Het klonk uitermate sober, toen wij vroegen „Bent u de kapitein van de „Truida" ?" en toen wij als antwoord kregen, bijna afgebeten: „Ik was het". Toch bleef er ook hier plaats voor blijdschap, omdat de zooveelste scheepsramp zonder verlies van menschenlevens mocht geschieden. Over eenigen tijd zullen deze mannen weer uitvaren, omdat zij van hun arbeid op zee, welke thans zo onnoemelijk zwaar is, moeten leven.

Plaats reactie